Moet een trainer drillen of juist aardig en leuk zijn?

Moet een trainer drillen of juist aardig en leuk zijn?

“Mijn zoon van 8 wil sinds de kerstvakantie niet meer voetballen”, schrijft een vader. “Hij heeft er niet zoveel plezier meer in. Het team is niet heel hecht en heeft al diverse trainers versleten, onder wie twee jongens van twaalf.” Die deden het volgens vader overigens heel leuk.

 

Is een al te strenge trainer of voetbalcoach een goede reden om af te haken? Of moeten ook achtjarigen soms even op de tanden bijten?

Tranen

“Sinds kort coacht er iemand van de jeugdleiding van de club” schrijft de vader. “De jongens gaan er wel beter door voetballen maar hij is nogal van de harde aanpak. Mijn zoon komt nu vaak in tranen van het veld omdat de trainer gezegd zou hebben dat hij er niets van kan.”

Hij mag van zijn ouders stoppen als het seizoen klaar is. “Want je kunt je team niet zomaar in de steek laten”, verduidelijkt vader. Hij wil hem wel zo af en toe eens thuis houden van een training.

Lekker stoppen

“Stop toch lekker met dat lidmaatschap”, reageert bewegingswetenschapper Agnes Elling van het Mulier Instituut. “Dat hij zijn team niet moet duperen klopt maar waarom zou je hem daar elke keer heenbrengen als hij ervan moet huilen?”

“Dan duren die laatste weken wel erg lang. Er zijn sporten die moeten, zoals zwemmen. Dat moet je leren. Maar dit doet hij in zijn vrije tijd, het geen verplichting.”

Positief coachen

Elling weet dat veel kinderen afhaken omdat de focus te veel ligt op prestaties in plaats van plezier. “In een selectieteam mag een trainer wel iets harder zijn”, zegt Elling. “Maar een training moet normaal gesproken aardig en leuk zijn. Ook de KNVB is zich daarvan bewust”, zegt Elling.

Zoals pedagogen het hebben over positief opvoeden, zo komt in de sport het positief coachen op. Kindgericht trainen, heet dat. Elling: “Er is meer aandacht voor pedagogiek en didactiek. En iedereen aan de bal, niemand die niks staat te doen.”

Oude stempel

Toch kan het volgens Nicolette Schipper-van Veldhoven, lector sportpedagogiek bij Windesheim nog veel beter. Zij doet krijgt subsidie om clubs te helpen een om pedagogisch verantwoord sportklimaat te scheppen.

“De aandacht voor pedagogiek groeit maar in de praktijk gaat het op de clubs niet zo snel. Veel voetbalclubs zijn nog van de oude stempel. Met trainers die vooral insteken op techniek en denken dat jongens en meiden met drillen vanzelf harder worden. Die oude garde kan heel intimiderend zijn.”

Opvoeden

Volgens Schipper blijkt uit alle onderzoeken dat prestaties verbeteren als kinderen goed in hun vel zitten. “Ouderwetse trainers zeggen nog wel eens: Laat de ouders de opvoeding doen dan leren wij de kinderen wel voetballen. Maar zij vergeten dat zodra je voor een kindergroep staat, je aan het opvoeden bent.”

Plezier verdwijnt

De schets van de vader zegt haar genoeg. “Dit is niet zo’n goede coach. Die man weet weinig van kinderen.” En zijn manier van doen heeft volgens haar enorme impact.

“Zeker op achtjarigen die nog in een eigen gedachtewereld leven.”

“Als een trainer negatief commentaar geeft, dan kan het plezier in een sport verdwijnen. De kinderen gaan meer dingen fout doen, kunnen faalangst ontwikkelen maar gaan in ieder geval niet harder lopen.”

Wel afspraken nakomen

“Positief coachen is niet soft, de deelnemers moeten zich aan de afspraken houden. Dus wel op tijd komen, gaan training, handen schudden voor een wedstrijd en niet pesten”, verduidelijkt Schipper.

Agnes Elling zou de ouders bij nader inzien toch niet adviseren om meteen te stoppen. “Leg het bestuur uit dat deze trainer niet bij de jongens past. Veel clubs hebben te weinig vrijwilligers maar wat heb je aan een trainer die een half team naar huis stuurt?”

    Op de hoogte blijven? Meld je hier aan voor de nieuwsbrief!

    Partners

    SportStroom helpt clubs mede bij het financieren en de uitvoering van energiebesparende maatregelen. Maar ook bij het aanvragen van subsidies.De gemeente Zeewolde als oneerlijke concurrent en jachthaven exploitantClubbier helpt sportclubs om een inkoopcollectief voor tapbier te starten