Onvoldoende zwemvaardigheid na de basisschool

Leren zwemmen is in een land als Nederland van belang. Voldoende zwemvaardigheid kan verdrinking voorkomen en is noodzakelijk om als burger deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer. Tweederde van de kinderen beschikt na de basisschool echter over onvoldoende zwemvaardigheid.

Onvoldoende zwemvaardigheid bij tweederde kinderen Zwem-ABC
Behaalde zwemdiploma’s zijn een goede graadmeter voor de zwemvaardigheid. Sinds 1998 adviseert de zwembranche het Zwem-ABC als ondergrens voor voldoende zwemvaardigheid om veilig te water te kunnen in uiteenlopende omstandigheden. Om deze zwemvaardigheid op peil te houden, is het echter nodig om regelmatig te zwemmen.

Onvoldoende zwemvaardigheid
Volgens de standaarden die de zwembranche heeft vastgesteld heeft tweederde van de Nederlandse kinderen bij het verlaten van de lagere school onvoldoende zwemvaardigheid. Circa 6% van de kinderen van 6 tot 17 jaar staat niet op een wachtlijst voor zwemlessen. Van de 11- tot 17-jarigen heeft 6% geen zwemdiploma, 14% beschikt over een A-diploma, heeft 47% A en B en heeft 34% het hele Zwem-ABC doorlopen.

Allochtone kinderen
Allochtone kinderen en kinderen uit huishoudens met lagere inkomens, zijn minder zwemvaardig dan autochtone kinderen en kinderen in huishoudens met hogere inkomens. Een op de negen A-diploma’s wordt behaald via het schoolzwemmen blijkt uit de Vrijetijdsomnibus 2012 van het SCP en het CBS.

Inkomensafhankelijk
De zwemvaardigheid varieert naar gelang factoren als inkomen, woonsituatie en etnische achtergronden verschillen. Bij kinderen uit gezinnen met een minder inkomen is het slechter gesteld met de zwemvaardigheid dan bij kinderen wiens ouders meer verdienen. In de eerste groep heeft 9% geen zwemdiploma en 21% een C-diploma, in de tweede groep is dat 1% en 39%.

    Op de hoogte blijven? Meld je hier aan voor de nieuwsbrief!

    Partners

    De gemeente Zeewolde als oneerlijke concurrent en jachthaven exploitant