Pesten op sportverenigingen minstens zo vaak als op scholen

Sportverenigingen moeten meer bedacht zijn op pestgedrag. Pesten komt niet alleen voor op scholen maar ook op de sportvereniging. Voor scholen bestaan inmiddels diverse antipestprogramma’s. Uit onderzoek van Paul Baar van de Universiteit Utrecht blijkt dat dergelijke programma’s voor sportverenigingen ontbreken.

Pesten kan bij slachtoffers leiden tot depressies, psychosomatische gezondheidsklachten en een lage zelfwaardering. Bij daders blijkt pesten een voorspeller van crimineel en antisociaal gedrag.

Geringe beleidsmatige aandacht

Positieve eigenschappen die aan jeugdsportbeoefening worden toegeschreven verklaren wellicht de geringe beleidsmatige aandacht voor de meer problematische groepsprocessen (pesten) op sportverenigingen. Dit is opmerkelijk omdat het merendeel van de kinderen in Nederland lid is van een sportvereniging. De sportvereniging is naast de school de belangrijkste plek waar kinderen elkaar ontmoeten en sociale rollen oefenen.

Doelstelling

De doelstelling van dit onderzoek was kennis te verzamelen over pestgedrag en de wijze waarop basisscholen en sportverenigingen dit kunnen tegengegaan. Hiervoor zijn tien Nederlandstalige anti-pestprogramma’s op hun effectiviteitspotentie geanalyseerd. Met vragenlijsten is het voorkomen en de consistentie van pestgedrag op reguliere basisscholen en sportverenigingen onderzocht bij 1.534 kinderen van tien tot dertien jaar. Met open interviews zijn 98 trainers (en 96 leraren van basisscholen als referentiegroep) bevraagd over hun visie en handelen inzake pesten.

Trainers

Gezien de vele programma’s voor pestaanpak op scholen, mag worden verwacht dat leerkrachten informatie hebben over pesten en hoe daarmee om te gaan. Maar hoe gaan trainers bij sportverenigingen daarmee om? Zij zijn immers ook verantwoordelijk voor het voorkomen van, en optreden bij, pestgedrag.

Vier belangrijke conclusies

Uit de resultaten van het onderzoek werd geconcludeerd dat de effectiviteitspotentie van de onderzochte antipestprogramma’s (op papier) niet hoog kan worden ingeschat. Alle programma’s hebben hun eigen inhoudelijke en operationele inconsistenties en leemtes.
  • Er werden geen anti-pestprogramma’s gevonden voor sportverenigingen. Daarom bleef deze analyse beperkt tot de programma’s voor basisscholen.
  • De gerapporteerde pestprevalentie en pestrollen (dader, slachtoffer, dader/slachtoffer en niet-betrokken) bleken voor scholen en sportverenigingen zeer stabiel te zijn. Op zowel scholen als sportverenigingen is sprake van pestgedrag.
  • Bij de trainers bestaat de indruk dat de omvang van de pestprevalentie op sportverenigingen minstens zo hoog is als op basisscholen. Zij kunnen deze omvang op hun sportvereniging niet goed inschatten en overschatten de effectiviteit van hun aanpak waarschijnlijk.
  • Trainers moeten zich meer bewust worden van potentieel pestgedrag op hun sportvereniging.

Implicaties

Naast tot de school beperkte aanpak, wordt een bredere inzet en samenwerkingsverband tussen basisscholen, sportverenigingen, buurt(werk), gezin en onderwijs- en zorginstanties voorgestaan, om pestgedrag adequater aan te pakken.

Meer aandacht

De stabiliteit van pestgedrag over de verschillende contexten betekent dat er meer aandacht van trainers, stafleden en ouders moet komen voor pestgedragsituaties. Niet alleen tijdens de sportbeoefening, maar ook voor en na het sporten (in kleedkamers en fietsenstallingen) en direct buiten de verenigingslocatie.

Verder is het noodzakelijk dat er voor sportverenigingen observatie-instrumenten en anti-pestprogramma’s worden ontwikkeld. In de curricula van trainers- en lerarenopleidingen moet aandacht aan het thema pesten gaan worden besteed. Aandacht voor pesten zou net zo belangrijk moeten zijn als EHBO.

Bron:
Baar, P. (2012). Sportverenigingen moeten meer bedacht zijn op pestgedrag. Sport & Strategie, (6), juni 2012.

    Op de hoogte blijven? Meld je hier aan voor de nieuwsbrief!

    Partners

    SportStroom helpt clubs mede bij het financieren en de uitvoering van energiebesparende maatregelen. Maar ook bij het aanvragen van subsidies.De gemeente Zeewolde als oneerlijke concurrent en jachthaven exploitant