Er bestaat maar weinig bewijs dat doping écht werkt

Promovendus Jules Heuberger ontdekte dat er maar weinig bewijs bestaat dat de middelen op de dopinglijst ook echt de prestaties bevorderen.

De lijst met verboden middelen van het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA) is lang. Promovendus Jules Heuberger nam een groot deel ervan onder de loep, net als de onderzoeksmethoden.

 

Jules Heuberger concludeert dat er voor weinig stoffen bewijs bestaat dat ze daadwerkelijk de prestatie bevorderen.

CDHR

Heuberger werkt als onderzoeker bij het Centre for Human Drug Research (CHDR) in Leiden. In dit centrum wordt onderzoek naar medicijnen gedaan. “Bijna alle dopingmiddelen zijn eigenlijk geneesmiddelen”, legt Heuberger uit. “Dus het effect van doping onderzoeken is zo’n beetje hetzelfde als dat wij hier doen.”

Geen bewijs positief effect

Een sporter die doping neemt wil daar voordeel uit halen. Het middel moet dus een positief effect hebben op de fysieke vereisten voor de sport. Heuberger ontdekte dat er maar weinig bewijs is dat die middelen op de dopinglijst ook echt de prestaties bevorderen.

Op de lijst staan 23 klassen van middelen. Maar slechts voor 5 klassen bestaat robuust bewijs dat ze de prestatie bevorderen. Voor positieve effecten op de duurprestatie vond Heuberger zelfs voor geen enkel middel bewijs. In eerder onderzoek, en voor 6 klassen van middelen, is er zelfs bewijs dat zij sportprestaties niet positief beïnvloeden.

Epo

Heuberger onderzocht ook epo. “De proefpersonen waren getrainde amateurwielrenners die epo kregen ingespoten of een placebo. Vervolgens moesten zij in het laboratorium een maximale inspanningstest doen. Ook reed de groep een tijdrit en een wedstrijd op de Mont Ventoux.

In het laboratorium behaalden de epo-wielrenners iets betere resultaten. Maar in de tijdrit en de bergbeklimming deden beide groepen het even goed. De doping had dus eigenlijk geen relevant effect.

Detectiemethoden

Heuberger onderzocht tegelijkertijd de detectiemethoden voor epo. Hij testte de urine van de proefpersonen in een officieel dopinglaboratorium. “Wij wisten natuurlijk wie EPO hadden gebruikt. Maar lang niet alle urinemonsters met EPO werden er in de officiële tests uit gehaald.”

Hij onderzocht ook de detectiemethode en de onderzoeksprocedures voor salbutamol. Sporters mogen hiervan een bepaalde hoeveelheid in hun urine hebben. “Uit ons onderzoek bleek dat de huidige procedures niet alle sporters detecteren die teveel gebruiken.”

Niet zonder gevaar

“Het is belangrijk dat getest wordt of doping daadwerkelijk effect heeft”, stelt Heuberger. “Want als sporters weten dat bewijs bestaat dat een middel niet werkt, dan zullen zij dat niet zo snel gebruiken. Bovendien kost het testen van dopingmiddelen veel geld.”

“En sporters nemen een middel niet zonder gevaar in want het kan ernstige bijwerkingen hebben. Een sporter zal die bijwerkingen minder snel gaan riskeren als het middel je prestatie niet bevordert.”

    Op de hoogte blijven? Meld je hier aan voor de nieuwsbrief!

    Partners

    SportStroom helpt clubs mede bij het financieren en de uitvoering van energiebesparende maatregelen. Maar ook bij het aanvragen van subsidies.Clubbier helpt sportclubs om een inkoopcollectief voor tapbier te startenDe gemeente Zeewolde als oneerlijke concurrent en jachthaven exploitant