Column: Kwaliteit van de sportgeneeskunde en sociale media

Terwijl de gezondheidszorg steeds meer kwaliteitscriteria krijgt opgelegd, lijkt de maatschappelijke trend snel, sneller, snelst. Nieuwe communicatiemogelijkheden geven oppervlakkig contact alle ruimte maar bieden doorgaans te weinig professionele diepgang.

Kwaliteit van de sportgeneeskunde en sociale media
Deze twee ontwikkelingen lijken haaks op elkaar te staan. Toch kent de gezondheidszorg, en meer in het bijzonder de sportgeneeskunde, vele initiatieven om in de zorgverlening gebruik te maken van de sociale media. De vraag is maar of dit een goede ontwikkeling is.

Daar waar gezondheid wel eens wordt gedefinieerd als de afwezigheid van ziekte, kun je kwaliteit beschouwen als het voldoen aan een reeks criteria. Het beperken van criteria bij het streven naar kwaliteit is even ineffectief als het al te strikt naleven van regels, protocollen en richtlijnen. Optimalisering van kwaliteitsdenken moet steeds centraal staan.

De sportgeneeskunde neemt in de gezondheidszorg een aparte plek in. Sportartsen kennen geen klinische patiënten en komen weinig met direct levensbedreigende ziekten in aanraking. Benchmarks voor bijvoorbeeld ‘doorliggen’ of ‘overlijdensrisico’ kent de sportgeneeskunde veel minder en het aantal complicaties is laag. Sportgeneeskundige kwaliteit wordt daarom voornamelijk afgemeten aan het organisatieniveau van de instellingen waarin de sportgeneeskunde plaatsvindt.

Toch kan de het sportmedisch vakgebied goed op kwaliteit worden beoordeeld, door het functioneren van de sportarts tegen het licht te houden. Doet deze voldoende aan na- en bijscholing? Zijn patiënten tevreden over zijn of haar behandeling en functioneert hij of zij goed binnen de organisatie?

Dit functioneren is meetbaar met een systeem zoals IFMS (individueel functioneren van de medisch specialist). Zo’n IFMS genereert benchmarks die voldoende aanwijzingen geven voor de kwaliteit van de dienstverlening, wellicht in combinatie met een kwalificatie door de organisatie.

Een minder wenselijke ontwikkeling is het hijgerige achterna hollen van trends en hypes waarin de gezondheidszorg wordt bestempeld als een ‘product’ dat verkocht moet worden. Er zijn al legio voorbeelden van collega’s die zich ‘profileren’ via Twitter, Facebook en andere sociale media waarop zij zelfs inhoudelijke medische adviezen geven.

Medisch inhoudelijk advies moet zich beperken tot het één-op-één contact tussen patiënt en arts waarbij deze laatste de ruimte neemt om rustig en helder toelichting te geven op een aandoening of behandeling, zoals de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst dat vereist. Daaronder valt niet het publieke kwetteren van algemene adviezen in maximaal 140 tekens. Uiteraard kan wel gebruik worden gemaakt van moderne communicatiemiddelen en internet om therapie(trouw) te ondersteunen.

In het meten van kwaliteit van de sportgezondheidszorg zou hiermee rekening gehouden moeten worden. De weergave van de kwaliteit (en de daaraan gekoppelde consequenties voor verzekeraars) moet toegespitst zijn op de do’s en vooral ook op de don’ts van de arts en veel minder op onzinnige en administratieve, lastenverzwarende criteria.

    Op de hoogte blijven? Meld je hier aan voor de nieuwsbrief!

    Partners

    SportStroom helpt clubs mede bij het financieren en de uitvoering van energiebesparende maatregelen. Maar ook bij het aanvragen van subsidies.De gemeente Zeewolde als oneerlijke concurrent en jachthaven exploitant