BTW-teruggaaf voor aanleg kunstgrasveld voetbalclub

De Rechtbank Gelderland heeft op 19 november geoordeeld dat een stichting als BTW-ondernemer moet worden aangemerkt en derhalve recht heeft op een BTW-teruggaaf in verband met de aanleg van een kunstgrasveld.

BTW-teruggaaf voor aanleg kunstgrasveld voetbalclubOude IJsselstreek
Een amateurvoetbalvereniging maakt gebruik van een accommodatie op een sportpark met drie natuurgrasvelden, die door de vereniging van de gemeente Oude IJsselstreek worden gehuurd. De opstallen op de accommodatie zijn eigendom van de sportvereniging. Begin 2012 dient de stichting een aanvraag voor een subsidie in omdat de stichting kunstgrasvelden op het sportpark kunstgrasvelden wil laten aanleggen.

Subsidie
Medio 2012 besluit het college van B&W van Oude IJsselstreek om een subsidie van maximaal 290.175 euro aan de stichting te verlenen. De stichting wordt vervolgens op 6 juni 2012 opgericht. Verder leent de stichting 70.000 euro van de voetbalvereniging en verleent de gemeente een recht van opstal aan de stichting. De stichting en de voetbalclub komen een gebruiksvergoeding overeen van 7.500 euro exclusief BTW.

Belasting besparen
Met de inspecteur ontstaat onenigheid over de verschuldigdheid van BTW. De inspecteur is van mening dat de stichting niet als BTW-ondernemer is aan te merken, omdat zij teveel te vereenzelvigen is met de voetbalclub en de stichting uitsluitend is opgericht om belasting te besparen bij de aanleg van het kunstgrasveld. De stichting heeft volgens de inspecteur dan ook geen recht op BTW-teruggaaf. De rechtbank Gelderland oordeelt dat de stichting als BTW-ondernemer is aan te merken en recht heeft op een BTW-teruggaaf in verband met de aanleg van het kunstgrasveld.

Geen ondergeschiktheid of vereenzelviging
De rechtbank acht daarbij onder andere van belang dat de stichting een zelfstandige entiteit is, dat de oprichters en huidige bestuursleden, op één na, geen bestuurslid van de voetbalvereniging zijn, dat de stichting een afgescheiden vermogen heeft en dat de stichting op eigen naam de subsidie heeft aangevraagd.

Verder wijst de rechtbank er nog op dat de stichting de enige rechthebbende op het kunstgrasveld is en op eigen naam een opstalrecht heeft verworven. Volgens de rechtbank is er dan ook geen sprake van ondergeschiktheid of vereenzelviging. De stichting heeft recht op volledige aftrek van de voorbelasting ter zake van de aanleg van het kunstgrasveld.

    Op de hoogte blijven? Meld je hier aan voor de nieuwsbrief!

    Partners

    De gemeente Zeewolde als oneerlijke concurrent en jachthaven exploitant